Een doordeweekse dag in de plaatselijke apotheek

by bobsbrains

Maandagochtend, 8:29. Regenachtig en verlept wacht ik tot de deur van het slot gaat.

Zo nonchalant mogelijk pak ik de enige twee zwangerschapstesten van de plank, die fijne digitale, niets aan het toeval overlatend. Zoals bij alle babygerelateerde artikelen staat ook bij dit artikel mijn hart weer even stil bij het zien van de prijs, waarvoor een nieuwe Mini met alle toebehoren zich nog zou schamen. Je moet er per slot van rekening wel wat voor over hebben: een ledverlicht softtone scherm dat je op vriendelijke wijze zal toelachen dat je nu “2-3 weken zwanger” bent. Model 2.0 zal voor een tientje extra gelukzalig op elektronische toon meekirren: “Wat hééérlijk, wij genieten met u mee!”. Prettig als het enthousiasme van de echtgenoot te wensen overlaat. Daarnaast is natuurlijk ook nog altijd kans op een onomwonden NEE [in your face sucker!]. Digitaal Russisch roulette met een drupje geel ochtendgloren.

Terwijl ik de pakketjes op de toonbank leg en er zo achteloos mogelijk aan toevoeg dat ik graag het familiepak foliumzuur zou hebben, slaat het noodlot toe. De dame achter de balie kijkt me vanachter haar gewaagde Armani-glazen meewarig aan. Van onder haar witte labjas steekt nog net een randje Marlies Dekkers. Ze herkent me  inmiddels, ik draai al een paar jaar mee. En sinds een tijdje zie ik de onmiskenbare “Oh, meid, ik weet wat je doormaakt en ga het je zeggen ook” blik in haar ogen.

Zoals echter bij uitheemse dieren in de Zoo het bordje “deze dieren niet voederen” niet voor niets hangt, zo hoort mijn glimlach op dat soort momenten duidelijk te maken dat zwijgen goud is en op ongevraagd spreken de doodstraf staat. Sommige mensen leven nou eenmaal graag op het randje van de afgrond.

Een diarree van eigen ervaringen stort zich over mij uit, geen imodium is hiertegen bestand. Want, hoe raadt u het, ook zij heeft met het bijltje gehakt, een roepende in de woestijn, te midden tussen alle blije, verwachtende –en dus wrede- vriendinnen: “Ja hoor, echt enórm herkenbaar!” Naar adem happend probeer ik vergeefs iedere vergelijking te weerleggen. De apotheek is inmiddels volgestroomd. Vijf eeuwigdurende minuten later laat ze me mijn pas door de gleuf halen terwijl ze kort en hoofdschuddend haar hand nog even op de mijne legt.

Achtervolgd door een te hard “tot gauw, we duimen!!” verlaat ik getergd haar hol.