Grote beurt 3: Fietsenrekkie

by bobsbrains

Terwijl ik naarstig probeer het nieuws van de dag tot me door te laten dringen, kan ik in werkelijkheid maar aan één ding denken.

Een slotjesbeugel op mijn vierendertigste. Gedurende twee jaar. Ik zou bijna zeggen in de bloei van mijn leven. Alles heb ik geprobeerd om de orthodontist van deze conclusie te weerhouden: voor de derde keer op rij vragen of er echt geen andere optie is, smeken om een loeidure onzichtbare beugel en vooral blijven herhalen dat het me echt niet meer om het esthetische aspect te doen is. Mijn omgeving beweert immers al jaren stellig dat in dat ene scheve tandje mijn charme huist, mijn “authenticiteit”. Alhoewel dat laatste wat mij betreft wel verdacht veel weg heeft van de “originele details” van een in werkelijkheid simpelweg vervallen huis. Uiteindelijk zet ik nog bloedfanatiek de onderhandeling in om het mij boven het hoofd hangende aantal jaren naar beneden te schroeven, de 730 donkere dagen die ik  tegemoet zal treden met een kap op mijn hoofd of, mocht dat tegenvallen, noodgedwongen ondergronds zal doorbrengen.

Maar de orthodontist blijkt onvermurwbaar. Mijn kwaadaardige melktandje, dat al jarenlang stevig linksonder in mijn mond is geworteld en klaarblijkelijk voorlopig nog niet van plan is weg te gaan, moet er toch een keer uit. Het tegendraads sujet ligt de kies erboven dwars, die na al die jaren van pure ellende begint uit te groeien. “En uiteindelijk”, zo legt de inmiddels wat ongeduldig wordende orthodontist mij uit, “begint alles te schuiven. U weet wel, als een lawine, kan de hele flikkerse klerebende uiteindelijk als een kaartenhuis in elkaar storten. En u maakt mij niet wijs dat u dat u dat bekkie van u dan ook nog zo charmant en authentiek vindt.” (Vrije vertaling door ondergetekende van de door haar ietwat professioneler geuite taal.)

De scenario’s en prangende vragen gieren door mijn hoofd: welk topmodel of beroemde actrice, wereldverbeteraar voor mijn part, heeft ooit in hetzelfde schuitje gezeten? Als zij het kunnen, ik ook. Hoe kan ik ooit serieus worden genomen in belangrijke onderhandelingen, eventuele sollicitatiegesprekken, bij de plaatselijke kruidenier?! Hoe houd ik mijn lach in gedurende twee jaar, zonder dat ik vergeet te ademen?? Hoe zelfverzekerd, moet iemand zijn om deze twee jaar te overleven? Iemand die er bij tijd en wijlen al bijloopt als een wandelend maanlandschap vanwege hormonale schommelingen. (Of, zoals een dermatoloog het ooit hardop lachend verwoordde: “Nee mevrouw, rekent u er maar niet op dat u voor uw vijftigste bevrijd zult zijn van uw jeugdpuistjes”.) Het beeld dringt zich aan mij op van mijzelf als kersverse moeder: een lachende krentenbol met slotjes en lekkende tieten.

De orthodontist brengt mij weer terug in de realiteit door droogjes te melden dat ze ziet dat ik er tegenop zie. Dat ik nog maar even rustig bedenktijd moet nemen (omdat ze een hekel heeft aan kleinzerige volwassenen die halverwege het traject voor veel te veel geld dat hele fietsenrek er weer uit laten slopen). Daar voeg ik in stilte aan toe dat ik vooral niet moet vergeten dat er echt wel ergere dingen op deze aardbol zijn. Ik kan ze alleen nu even niet bedenken.