Stiltecoupé

by bobsbrains

Half slaperig tuur ik in mijn papieren beker waaruit een heerlijk aroma omhoogtrekt. Een blend van biologische koffieboertjes lijkt spontaan een polonaise in mijn neus te dansen. Langzaam beginnen de vezels in mijn lijf zich nu aan mijn ritme aan te passen. De zon breekt door, op de weilanden die nog net bedekt zijn met breekbare glasvezels van ochtenddauw. De trein is uitzonderlijk uitgestorven. Zo hoort een ochtend te beginnen.

Een wat moeizaam lopende vrouw van in de veertig stapt de wagon in.

– Is deze plek vrij?

– [“Nou nee, ik zet net mijn tanden in een bak hete koffie, hecht aan mijn persoonlijke ruimte en de rest van de coupé is leeg.”] Blazend in mijn koffie en smachtend naar een krant die uitgerekend vandaag niet binnen handbereik ligt, knik ik, ongehoord demonstratief.

– Lekker rustig he!

– Uhumm.

– Poeh…..Nou,

– [Nu NIETS zeggen. Niet uit schuldgevoel, niet om een stilte op te vullen, NIETS!]

(…)

– dat was me het ochtendje wel!

– Oh? [Dat kan toch geen kwaad?? Ik bedoel… ze heeft duidelijk iets op haar lever. Volstrekt negeren kan ik niet, toch?]

– Ze zeiden dat het geen pijn zou doen. Maar dat viel dus vies tegen!

– [Rund!]

– Je kent het wel.

– [Schouders ietwat opgetrokken]

– Spiraaltje!

– [Wenkbrauwen torenhoog de lucht in] Eh nee, niet bepaald!

–  Nou ja, en dus alweer ingescheurd. [Mijn signalen die manen tot achterwege laten van verdere details worden duidelijk niet opgepikt. Mijn eerste slok koffie op de nuchtere maag spuug ik nu bijna tegen haar voorhoofd. Buikpijn, misselijk, ja, duizelig zelfs.]

– Au, dat klinkt pijnlijk! Enne…best privé…

– Oh nee hoor, daar doe ik dus echt he-le-maal niet moeilijk over.

– [Joh!]

– Bovendien, ik ben eraan gewend. Spontane sex zit er voor mij gewoon niet meer in.

– [Waar is hier de nooduitgang!]

– Ik zie je kijken, maar geen geheim hoor. Bovendien geloof ik al die vrouwen niet die anders beweren. Fifty shades of grey, drie keer per week, m’n grootje!

– Ik vrees dat je echt tegenover de verkeerde zit, ben nogal ingetogen op dat vlak. Een banaan eten in de trein vind ik al exhibitionistisch.

– Meeeeid, hoort er toch allemaal bij, het het leven met hoofdletter L! En wat ik al zei, ik doe daar niet moeilijk over, de kids zijn al binnen, begrijpt u wel..

Over enkele ogenblikken naderen we station Schiphol

– Ik had wel uren met je kunnen kletsen, maar ik moet er helaas vandoor, was gezellig, werkze nog he!

Verbouwereerd blijf ik zitten en constateer te laat dat dit mijn station was.