Baklavakleffe ode aan de liefde

Ik heb me ertegen verzet, maar bij deze, overgegeven. Genoeg over de angstenoverhetschrijvenoverhetgrootsteclichéopdezeplaneet. Over naar jou. Want, jij, voor mij.

Bent de liefde zelf, het gieren en huilen, liefst tegelijk, het vurig hart, de kinderlijke opwinding, de briljante humor (want door wie beter te beoordelen), de aangeleerde arrogantie, de ultieme, meest eerlijke en ongedwongen ik, de schreeuw en fluistering (al blinken we in dat laatste beiden niet uit), het wilde joch (zonder jou geen grootse liefde voor auto’s en reptielen), de ambitie, ambivalentie, de luiheid, ja zelfs de knulligheid die ik toch ook grotendeels al bezat. De meter verder, centimeter hoger, decibel harder. De einzelgänger en feestganger. Wij zijn onze one fan band, ik onze groupie [joepie!].

Het eerste wat jij mij vroeg was of ik van beestjes hield. Anders konden we niet verder. Ik wist niet dat we al begonnen waren. Wist ook niet of dat noodzakelijk was. Die is gek, dacht ik. En dat was je, ben je gebleven. En ik bij jou. Bijna dagelijks wil ik dat tegen je zeggen, we hebben het maar mooi geflikt. Je in de arm knijpen en zeggen dat we mazzelaars zijn, God wat fijn. Nee, natuurlijk, in de liefde is de tijd bij leven nooit voltooid verleden. Het palet aan meer dan vijftig tinten donkergrijzen, nacht-, inkt-, olie- en vulhetmaarinwelkepik- zwarten is nog lang niet opgedroogd. Maar wat moet dat moet en het voelt vreselijk goed dat ik in ieder geval met jou samen ten strijde trek.  

Dat zeg ik, baklava. Steevast weer zo zoet gegeten als opgediend.