Alsnog een cadeau, onuitgepakt

by bobsbrains

Vroeger woonden wij in een klein dorp, aan een ruilverkaverlingsweg waarover tractoren en andere imposant ogende vaartuigen dagelijks voorbijreden op weg naar het land. Mijn broer hielp van jongs af aan mee op een boerderij. Ik lanterfanterde fanatiek tussen strohalmen, verzamelde slakken en voerde gras aan omheinde schapen (compleet zinloos en onsuccesvol, aangezien zij daar zelf immers al een veld vol van hadden).

Het was een heerlijke speelse tijd, waarin we jonger bleven dan we waren, stedelijke invloeden tot een minimum beperkt bleven en alles mogelijk leek. Omringd door beesten, ruimte en meisjesdromen, kwam op een mooie dag bij mij de vurige wens op een eigen pony te bezitten. En aangezien Sinterklaas op dat moment naderde, was dit in mijn ogen zeker niet onhaalbaar.

Vastberaden benaderde ik mijn plan en ging bij de uitvoering ervan niet over één nacht ijs: paardenboeken werden uit de bibliotheek gehaald, rassen, eigenschappen en materialen uit mijn hoofd geleerd, beter dan ieder proefwerk dat nog de revue zou passeren. Ook had ik met een aantal boeren uit de buurt al uitgebreid gesproken over stallingsmogelijkheden. Kortom, ik zag het helemaal zitten. Mijn enige stress was de daadwerkelijke keuze (want ook op dat vlak moest ik de Sint uiteraard volledig inlichten): na lang wikken en wegen, strepen en innerlijk herberaad, bleven uiteindelijk twee opties over: het Falabellapaardje en de Przewalski. De eerste door mij zo geliefd omdat ze enorm klein was en dus eigenlijk niet eens een grasveld nodig zou hebben maar zonodig in onze gang haar heil kon zoeken. De tweede voornamelijk vanwege de grappige naam en gezellige kleuren. Aangezien de Falabella echter nooit de hoogte zou bereiken van een berijdbaar huisdier, besloot ik uiteindelijk toch maar voor de meest praktische oplossing te kiezen. Dat jaar legde ik, naast de wortel, suiker en andere omkoperij voor het paard van Sinterklaas, geen wensenlijst, maar een waar boekwerk bij de haard. Getiteld, het Przewalskipaard (althans, in mijn levendige herinnering). Ik durfde in mijn proloog nog stoutmoedig te beweren bescheiden te zijn, want immers slechts één wens.

Ik heb vrijwel nooit onrustiger geslapen dan toen. Maar ik werd tegelijkertijd beheerst door een zekere rust. Ik was er namelijk van overtuigd dat Sinterklaas, zelfs ook een groot paardengek, mij volledig zou begrijpen en er dus geen seconde over zou twijfelen mij dezelfde vreugde te gunnen als hij dagelijks ervoer. Dat er aan het geheel nogal wat kosten waren verbonden die zelfs voor de Sint ongetwijfeld onverteerbaar waren, plus onvoorziene consequenties waar mijn ouders geenszins op zaten te wachten (wat doe je met een pony tijdens je vakantie), werd door mij volstrekt genegeerd. Althans bijna genegeerd, want ik was nog wel zo sluw geweest om mijn spaarvarken ook bij de haard te leggen, als een structurele geste richting de Sint. Aan het feit dat het spaarvarken vrijwel alleen gevuld was met knikkers, ging ik gemakshalve ook maar voorbij.

Des te groter de desillusie toen ik de volgende dag een -volstrekt belachelijke en onredelijke- brief terugkreeg van de Sint (mijn arme ouders) waarin meerdere pogingen werden ondernomen mijn voorziene ontroostbaarheid te verlichten. Maar niets hielp. Ik vervloekte Sinterklaas en heb als wraak alle cadeaus verdrongen die ik dat jaar heb gekregen.

Het moment dat ik mijn FFAD oproep deed, voelde als die nacht voorafgaand aan de bewuste beslissing van de Sint. Ik zal het niet zo pijnlijk maken door te beweren dat het vervolgens uitblijven van reacties voelde als de daaropvolgende ochtend. Bovendien heb ik daarover recentelijk al uitvoerig mijn hart gelucht en ik kan me voorstellen dat er voor u als lezer niets is irritanter is dan het door mij oneindig blijven likken van mijn wonden over een “Project” dat voor u in essentie nog volstrekt onbegrijpelijk is ook.

Ik schrijf u juist om u te laten weten dat “de nacht voorafgaand aan Sinterklaas” alsnog goed lijkt te zijn afgelopen. Als een scène uit de film “Back to the Future” leek ik met mijn laatste hartenkreet het tij alsnog te hebben gekeerd. Een barmhartige vreemdeling meldde zich alsnog bij mij aan: ik heb een FFAD! Hoe of wat, dat weet ik nog niet, maar daar schijnt zij (enige tip van de sluier) zich niets van aan te trekken. En of haar reactie uit pure medelijden met mij, treurige roepende in de woestijn, was, heb ik haar maar niet gevraagd. Zal ik ook niet doen. Waden in onwetendheid is af en toe gewoon het fijnste.

Eén ding is zeker, het Przewalskipaard galoppeert alsnog vurig door de velden. Binnenkort graag meer.