Fashion Anonymous

by bobsbrains

“Mijn naam is Bob en ik houd van mode.”
“Hallo Bob!”

Een paar weken geleden nog kwamen deze regels mij erg spitsvondig voor. Een zichzelf serieus nemende jurist (laten we er voor de kracht van dit stuk gemakshalve even vanuit gaan dat dat zo is) die haar heimelijke semi-verslaving kenbaar maakt aan de buitenwereld.

Ik houd inderdaad erg van mode. Niet in de zin dat ik daarop vooruitloop of onder vrienden bekend sta als trendsetter (sterker nog…). Maar het stroomt door mijn aderen, zorgt voor de kleur op mijn gezicht. Ik heb het voornamelijk over mode “aan de top”, het onbereikbare soort. Er gaat een “vibe” vanuit, Nederlandser kan ik het niet maken. Er staat geen gedachte zo veraf van mode of ze wordt er alsnog aan gelieerd, fashionweeks bezorgen mij op afstand de adrenaline alsof ik ze zelf bijwoon en interviews met ontwerpers, redacteuren, illustratoren herschrijf ik in mijn hoofd als waren de woorden aan mij gericht. Maar zoals gezegd, het is altijd vanaf afstand geweest. In plaats van toegeven aan iets wat een hobby genoemd kan worden, heb ik het voor mijzelf altijd nogal lacherig van de hand gewezen. En naar de buitenwereld toe al helemaal geen kleur bekend. Want, geef nou toe, aldus mijn cynische ik (nee, cynische hersenhelften nemen geen vakantie): de modewereld is immers zo oppervlakkig -RUND!!- draait alleen maar om uiterlijkheden -WIE DENKT HIER NOU BEPERKT!!- en is te vluchtig -EN WAT DAN NOG?!-.

En terwijl ik mij ondanks mijzelf vaak nog wel afvraag in welk tijdperk ik ben blijven hangen -in ieder geval niet het mijne- dendert een sneltrein vol interessante, jonge, gedreven, intelligente, krachtige en ruimdenkende modemensen dagelijks schaterlachend aan mij voorbij.

Maar juist het zelf opgelegde clandestiene bloed stroomt gelukkig waar het niet gaan kan en dus las ik afgelopen week ‘toevallig’ interviews met Viktor&Rolf, Carla Sozzani, Lucas Ossendrijver en Miuccia Prada. Bepaald geen onbekende namen binnen de modewereld. En, oh horror, wat schetst mijn verbazing, allemaal brachten ze op hun eigen manier min of meer dezelfde boodschap naar voren. Het beeld dat ik u, waarde lezer, geacht cynische gedachtengoed, professioneel klager, heb voorgehouden is inderdaad aanwezig. Natuurlijk. Onder andere. Maar dat deert deze personen niet, omdat mode voor hen nou eenmaal ooit het beste medium bleek om hun talenten te ontplooien, hun creativiteit te uiten. [Echt, Bob] Mode is zoveel meer dan enkel het oppervlakkige laagje vernis. Het is een uitingsvorm, een spreekbuis, een medium, evenals schilderkunst, muziek of theater. Het is alleen, zoals met zoveel zaken, de vraag wat je eruit haalt. Hoe diep je bereid bent te gaan, in hoeverre je mee wilt gaan met de massa of juist de drijfveer hebt om nieuwe wegen te bewandelen, niet gehinderd door al dan niet potentiële risico’s. Met knipperende ogen wankelde ik na jarenlange duisternis alsnog het licht tegemoet. En enige zelfkastijding verder strompel ik nu verder. Staart nog half tussen de benen maar het hoofd steeds verder opgeheven.

Ik houd dus van mode. IK HOUD VAN MODE!! En ook van mooie schilderijen, goede ideeën, mensen die niet anders kunnen dan zich uiten al doen zij menig wenkbrauw fronsen. Ik houd van pauwen en paradijsvogels, van kameleons en kaketoes.

“Mijn naam is Bob en ik ben onbedoeld bekrompen.”
“Welkom Bob!”