Slowpinion

by bobsbrains

Mijn kamer biedt enerzijds uitzicht op de rivier de Merwede. Soms onstuimig, bij vlagen vlak, maar altijd een genot om naar te kijken. De rivier brengt reuring. Schepen varen voorbij, in de zomer staat het leven er even stil voor de vissers aan de kant en aan de overkant biedt het immer in nevel gehulde industrieterrein een mysterieuze aanblik.

De andere kant van mijn kamer bevindt zich tegenover het honk van een kale collega op leeftijd. Herstel: een kale, niet erg montere collega met een mening over werkelijk alles. Tot en met het ‘goede’ in de ochtendbegroeting wordt alles met fanatisme door hem in twijfel getrokken, bekritiseerd of botweg afgeschoten. Ik denk dat u mij inmiddels goed genoeg kent om te weten dat dit niet het type collega is dat het beste in mij naar boven haalt. Sterker nog, het is de collega die mij na een monoloog- van circa twee minuten al tot serieuze wanhoop drijft en na drie minuten diverse zelfmoordneigingen heeft doen overwegen. Na vijf minuten heb ik inmiddels paniekerig het raam geopend omdat ik het donkere water van de Merwede nog als enige uitweg overweeg, één voet naarstig klauterend op vensterbank.

Mijn aanvankelijk diplomatieke reacties -“zo heb ik er nog nooit tegenaan gekeken, maar ben erg geneigd daar niet in mee te gaan”- faalde liederlijk. Doodzwijgen en mijn scherm kapot staren bleek evenwel kansloos. Het door mij tenslotte aangewende laatste redmiddel, de harde waarheid -“man wat ben jij negatief, daar word ik pas depressief van”- werkt als een kattenhater op een aanhankelijke poes. En dus staat de beste man dagelijks minstens elfeneenhalve minuut op mijn kamer te oreren over de idioterie van Sinterklaas, de kwelling in de vorm van zijn schoonmoeder of de risicotoelage die iedereen met een jaarcontract zou moeten krijgen. Hoe meer repliek mijnerzijds, des te meer kirt en spartelt dit everzwijn in zijn modderpoel.

Als jurist word je opgeleid over alles een mening te hebben. En wie in alles faalt behoort dan minstens alsnog over veel iets te vinden. Tel daarbij op de karakters die het juridisch vak daadwerkelijk uitoefenen. En niet alleen een mening, ook een overtuiging dat het gegeven antwoord het beste is. Waarbij de ruimte voor de mening van anderen gereduceerd wordt tot een kier in een dichte deur. Omringd door een veelvoud van dit soort karakters heb ik mij meer dan eens afgevraagd wat ik daar tussen deed. Maar op professioneel gebied is het nog best aardig en werkt het ook vrij goed. Op mening vlak daarbuiten daarentegen, moeten gedachten bij mij sudderen als stoofvlees. Zeker voordat ik zal uitroepen het ergens hardvochtig mee oneens te zijn, zaken betwist of simpelweg op voorhand van de hand wijs. Weet ik veel of Den Bosch dit jaar drie of vier prinsen carnaval moet hebben. Laat staan dat ik daar een mening over heb. Of over het aantal liter bier dat je op een vrijgezellen zou moeten drinken, of Rutte een knappe vrouw verdient en of Tommy Wieringa nou wel of geen sympathieke vent is. En dan heb ik het nog niet eens over de echt uitdagende onderwerpen. Zoals de gemeenteraadsverkiezingen. Maar gelukkig weet mijn kale collega uit Limburg mij straks zeker te vertellen op wie ik in Den Haag zal moeten stemmen.