Niets perfect, alles magisch

by bobsbrains

Kerst is crime. Van alles te veel (eten, familieleden, kans op ruzie) behalve drank, bezorger van ijdele hoop in moeizame tijden.

Alleen voor sommigen een cadeau. Mijn moeder, van Hongaarse komaf, hield de kerstviering als een van de weinige tradities van haar moederland in stand: de boom steevast pas op 24 december opgetuigd, volgehangen met kerstkransjes en sterretjes (waarbij vader traditioneel in weinig religieuze bewoordingen benadrukte hoe heet koud vuur wel niet was, moeder altijd de emmer water vergat en wij kinderen jaarlijks onze vingers verbrandden). Een cassettebandje met slecht opgenomen Hongaarse muziek deed minstens een etmaal onafgebroken zijn werk. Nooit was een andere taal in al zijn vreemdheid zo vertrouwd. Een zijden draadje tussen volle begrip en totale onwetendheid.

De geur van zelfgemaakt Hongaars kerstgebak vulde de kieren van ons oude huis. Maanzaad, een vast ingrediënt, was altijd onderwerp van hetzelfde verhaal. Hoe mijn oma toen zij net in Nederland was, nietsvermoedend aan de winkeljuffrouw een paar kilo maanzaad had gevraagd, terwijl dat op dat moment in ons land nog als gevaarlijke drugs werd beschouwd. Als het al werd verkocht dan enkel als vogelzaad, in zeer beperkte oplage.

In de loop van de avond togen we gevieren naar onze kamers om ons mooiste goed aan te trekken. De waarheid verbinden aan herinneringen is dubieus, maar ik meen me goed voor de geest te kunnen halen dat mijn broer en ik altijd wat langer op onze kamers moesten blijven. Zodra het kerstbelletje rinkelde, mochten we binnenkomen. Zorgvuldig gedekte tafel, vloer onder de boom bezaaid met cadeautjes. Sterretjes werden aangestoken, handen vastgepakt en onder het gekraak van diezelfde Hongaarse kerstliedjes stonden wij met onze familie in een cirkel rond de boom. Mijn moeder de enige die de liedjes mee kon zingen, wij her en der een poging ondernemend mee te neuriën. Kerstavonden die tot middenin de nacht doorgingen omdat de cadeautjes maar niet opraakten (mede vanwege het feit dat alle presentjes, van servet tot tandenstoker, de aandacht ontvingen als waren het gloednieuwe auto’s). Het kerstdiner ondergeschikt aan het uitpakken en dus altijd te laat.

Ik kan me niet herinneren ooit naar een nachtmis te zijn geweest, maar het deerde ons niet. De kring om de kerstboom was ons moment van bezinning, het cassettebandje het koor. Niets was perfect, alles magisch. Vooral in mijn vroegste jeugd. Toen alles mij nog overkwam, de belevenissen nog de grootste cadeaus waren. Het deeg zou nooit mooier glanzen, de vlammen in de haard niet lekkerder knisperen, en mijn jurken nooit chiquer worden.

Sinds dit jaar, voor het eerst, zelf Het Gezin. Het stokje zal worden opgepoetst, bijgeschaafd en doorgegeven. Althans, dat is de vurige wens. Vooralsnog ontbeert ons huis de geur van gist en dennetakjes en zelfs de boom heeft het dit jaar moeten ontgelden. Gelukkig gaan we dit jaar nog op pad, naar de familie, in nieuwe verhoudingen, met gewijzigde en gekoesterde gebruiken. En ondertussen vertel ik mijzelf dat het langzaam zal komen, dat we gaandeweg onze eigen ontstane tradities naast de bestaande op de draaitafel leggen om ons nageslacht ook een beetje magie te kunnen bezorgen.