Begint eer ge bezint

by bobsbrains

I was young

Vaak heb ik mij afgevraagd hoe kunstenaars, creatieve mensen die ik bewonder om wat zij doen, doen. Hoe zij gaan, zonder omver te worden geblazen door zelfopgelegd cynisme, allesverlammende angst of infectieuze adviezen. Door de emotie die zich al wachtend in de vertrekhal reeds voor de trein laat smijten. Die tussen al haar raadgevers altijd de meest negatieve verkiest tot haar muze. Die nooit haar kont tegen de krib zal gooien en zich daarbij ontpopt tot lef. Dat zou immers haar zelfmoord betekenen. Lef vereist oplossingen, plannen, optimisme. Daar baad je je niet in, die draag je, als een rugtas vol nuttig gereedschap. Zwaar, maar licht door het vooruitzicht.


Sinds dit jaar weet ik dat die mensen wiens gebruiksaanwijzing ik zo graag eens zou lezen, geen excuses hebben, laat staan een keuze. “Het” moet er simpelweg uit. Punt. Goede raad nemen zij ter harte maar ontmoediging nooit. Daarvoor is de wil te overheersend. Evenals de overtuiging van hun competentie. Waarmee niet is gezegd dat alles bij aanvang perfect is, noch dat het geambieerde ooit bereikt zal worden. Het impliceert enkel, belooft, groei. Zolang er maar wordt gewerkt. Hard gezwoegd, gestunteld zelfs. Zie daar mijn fout. “Aim high” was het motto. En dus nam ik de Lydia Davissen, Roald Dahls, Susan Sontags en andere grootheden van deze wereld als voorbeeld voor het bij voorbaat nooit te behalen doel. Want dat doel, of enkele mijlen eronder voor mijn part, kon niet bereikt worden door groei. Nee, door slechts één enkele poging. Bleek dat niet een onmiddellijk meesterstuk, dan zou ik de rest van mijn miezerige leven in mijn po blijven zitten, die ene schram likkend, continu zout strooiend, om het bewijs te conserveren dat ik heus ooit had gepoogd.

Die misleidende opvatting bood ik al jaren geestelijke huisvesting, toen ik stevig in de kraag werd gegrepen en leerde. Om het angstzweet gewillig langs mijn lijf te laten parelen terwijl ik fluitend doorploeter. Om telkens weer zo snel de duikplank af te sprinten dat mijn hoofd de tijd ontbeert om mijn benen alsnog terug te trekken. Met opgeheven hoofd incasseer ik kritiek, maar met even zoveel genoegdoening complimenten. En zo vindt er langzaam maar zeker een kentering plaats: het verlammende gedeelte van de angst steeds beter kaltgestellt, de rest voedt mijn ambitie. Ik heb daardoor al meer interessante en bemoedigende mensen gesproken dan ik ooit had durven dromen en volgers van mijn blog, u beste lezers, hebben zich verdubbeld omdat “Bob” zich ondanks zichzelf heeft weten te lanceren. Omdat achterblijven ineens geen optie meer was, laat staan terugtrekken.

De afsluiting voor 2014, tevens belofte voor komend jaar wat mij betreft dus: begint eer ge bezint. Bij voorkeur niet “head first” het onheil tegemoet, maar wel “lekker stout“, zoals mijn heldin Annie Schmidt ooit zo mooi verwoordde. God nee, weest niet bevreesd dat ik te optimistisch ben, bij lange na niet, zeer wel mogelijk dat ik er nooit zal zijn (met mijn huidige staat van dienst had ik Annie’s teennagels nog niet mogen lakken, had zij nog geleefd). Maar het deert niet. Voor mij in ieder geval geen zout in een miezerige schaafwond  en ik kijk uit naar de littekens die nog komen gaan, u ook?*

* Vooruit, in één lange regel vooruitlopend op de voornemens voor 2015: een kort verhaal, een voorlopig einde aan FFAD, een brief op zijn tijd en her en der wat inzicht in de mens achter de Bob, of omgekeerd, met de nodige dichterlijke vrijheden (gut, of meende u werkelijk dat mijn leven zo beeldend was?).