De gulle geest, #7: La curiosité est un vilain défaut

by bobsbrains

flashlight_liziboyd4

Waarom zou je kinderen bijbrengen dat nieuwsgierigheid iets onbehoorlijks is? Dan ook maar direct de ogen sluiten met pleisters, oren vullen met watten, ducktape over de mond, het verwerpelijke apparaat! Liefst alles tegelijk, zodat binnen een mum van tijd het laatste restje lentegroene adem het luchtruim raakt.

Nieuwsgierigheid van het kind zit in het bloed, begint bij de geboorte (Ik moet eruit! Ik moet eruuuuit! Toch niet toch niet toch niet!!). Eenmaal buiten, van de eerste schrik bekomen, begint de expeditie. Aanvankelijk vrij passief (laat mij maar liggen, ik wacht wel af, zie je toch amper, vind veel van wat me overkomt acceptabel en zo niet dan hoor je me, geloof me). Dan steeds actiever. Ontdekking van het eigen lijf (Die dingen bewegen! Kijk, kijk ik zie het voor mijn ogen gebeuren! Ik kan ze nog niet duiden, nog niks tellen, weet niet eens wat tellen is, maar ik ervaar dat deze wiebelige stokjes van alles kunnen grijpen, ze grijpen ook die andere klompjes aan het einde van mijn lijf! Die kunnen buigen, verder buigen, stop ze allemaal in mijn mond!). Ontdekking van de wereld met het eigen lijf, ontdekking van woorden, taal, activiteiten. Van vragen, die leiden tot een stukje meer licht in de duisternis. Tot nieuwe vragen, altijd meer nieuwe vragen, de compost voor prachtige ontdekkingen, of minstens geestelijk snoepgoed voor leergierige kinderen. Ongeremd, zonder enige angst of gêne, een onbevangenheid waar wij later, wanneer we een serieuzere kopie zijn van onszelf, zo jaloers op zijn.

“Dus waarom, in godsnaam, zou je tegen een kind zeggen dat nieuwsgierigheid onbehoorlijk is?”

Een Franse neef verwondert zich hier hardop over terwijl hij geduldig ingaat op de vragen van zijn oudste dochtertje. Zij, vijfjarige met een ziel die minstens het tienvoudige doet vermoeden, vraagt graag en veelvuldig. Ze speurt, neus op de grond, snuffelt door boeken, graast door hoofden, buitelt over antwoorden, speelt met ze als een jonge kat met zijn prooi. Hij vraagt of wij Nederlanders een vergelijkbare uitdrukking hebben als hun Franse “La curiosité est un vilain défaut”, die benadrukt dat nieuwsgierigheid onfatsoenlijk is en nog regelmatig wordt gebezigd door Franse ouders. Is het ergernis die heeft geleid tot het ontstaan van deze uitdrukking, onkunde? Schaamte omdat we antwoorden vaak schuldig moeten blijven? Waarschijnlijk vloeit zij simpelweg voort uit het feit dat nieuwsgierigheid ook tot ongemak kan leiden, indiscretie zelfs. Voorbeelden te over. De dikke mevrouw waarover uw kind een vraag stelt terwijl het arme mens naast u staat, de kale meneer aan wie uw zoontje vraagt waar zijn haar gebleven is, de kwieke opa die verbaasd de vraag tot zich gericht krijgt waarom hij nog niet dood is.

“Curiosity killed the cat”, aldus de Engelsen. En wij Hollanders? Zijn wij zoveel toleranter richting onze kinderen? Voor ons zijn kinderen enkel “nieuwsgierige Aagjes”. Iets onschuldiger. Tikje oubollig zelfs. Bij ons worden kinderen veelal aangemoedigd te vragen en bij voorkeur al op jonge leeftijd een eigen mening te hebben (ook bij vlagen vermoeiend, maar daarover een andere keer). Kennelijk staat nieuwsgierigheid in de ene cultuur vooral voor interesse, daar waar zij in de andere gelijkstaat aan bemoeizucht: one man’s interested child is another man’s annoying little snooper…

Hierbij een kleine selectie van wetenswaardigheden voor alle jonge en oude gretige geesten:

Als je niet alleen je vrienden en familie wilt belagen met vragen: Skillshare, Coursera en vele andere kennis deelsites.

Een poging tot het stillen van de hongerige kinderzieltjes: “de wetenschap” in een aantal kinderboeken.

En als we ons dan toch veel afvragen, waarom dan niet direct nadenken over The theory of everything?!

Nee, je bent nooit te oud om te verwonderen, op je tachtigste niet, nooit niet, vraagt voort!