Gulle geest, #8: Alles als voorheen

by bobsbrains

grief 2

Zijn nummer heb ik in mijn telefoon laten staan. Zolang ik maar snel genoeg ophang, kan ik mezelf voor de gek blijven houden. Ver weg was hij toch al.

Rouw op afstand is zoveel verraderlijker dan naburige rouw. Die laatste slaat je, zeker in het begin, dagelijks met een staalplaat om de oren, lacht je uit, trapt in je lendenen terwijl je al verslagen op de grond ligt. Iedere stap keilt een herinnering, elke steen een verhaal naar je hoofd. Een duidelijke vijand, een gevecht waarin je niet anders kan dan je te wapenen totdat je ondanks jezelf een laagje eelt hebt gekweekt. Maar rouw op afstand. Totaal ander verhaal. De dood, begrafenis, rouwende vrienden en familie, niemand is waar jij bent. De dood is het woord, de wetenschap, de abstractie.

Hooguit eens per jaar zagen we elkaar en wisten dat het goed was. Meer dan dat. Bij de eerste ontmoeting besefte ik me dat hij vriend en familie tegelijk was, er van hem nog geen schijnbare kopie bestond. Een man zo oprecht optimistisch, humoristisch (een Amerikaan door wiens aderen nog zichtbaar Iers bloed stroomde), liefdevol en vol vertrouwen in het leven dat hij nooit het loodje zou leggen, al had hij minstens mijn leeftijd verdubbeld op zijn kerfstok staan. Het loodje verstoppen, dat wel, al meerdere malen, maar verder dan dat zou hij het niet laten komen. En wij geloofden hem. Heilig. Maar de vriend is niet meer. Afgelopen zomer bleek ook hij gewoon een mens. De rouw over hem vervormde zich echter tot prettig gemis, met de suikeromrande wetenschap van weerzien. Alles als voorheen. Tranen vloeiden bij het bericht over zijn dood, maar ebden al snel weg. Hij was er nog, met de beste wil der wereld kreeg ik hem niet dood. Rationeel rouwen was het maximaal haalbare. De wetenschap dat zijn enige liefde, zijn vrouw met wie hij zestig jaar samen was geweest, nu alleen door het leven ging, was ergens wel aanwezig. En dan nog. Altijd weer het rotsvaste ongeloof.

Maar alles heeft een breekpunt. Hoe meer de weduwe aan de andere kant van de lijn haar best doet het verdriet te ontkennen, hoe heviger haar stem lekt. “Hij had ook zo ontzettend graag jullie dochter nog willen ontmoeten.” Uitroeptekens boren zich door de lijn, besef klettert oorverdovend op mij neer. Gemis omklemt rauw mijn hart. Slechts één zin was nodig geweest om hem de oceaan over te vliegen, zijn kist vol bloemen er gratis bij. Hoogverraad door afstand.

Rouw op uw dak dus deze keer:

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Over een moeder die niet meer wil. En een zoon die uiteindelijk niet meer wil wachten. Aan te raden als luisterboek, met de zalvende stem van Van Dis zelve.

Enigszins verouderd maar niet minder aangrijpend, rouw in zijn meest rauwe vorm: de film Biutiful.

En als er dan toch moet worden gehuild, dan bij voorkeur met muziek: Ne me quitte pas, tranen gegarandeerd (de Engelse variant van Barbra Streisand doet het trouwens ook niet slecht).

Ook kinderen kijken de dood al vroeg in de ogen, vragen u hoe deze rare ongenode gast eruit ziet, wanneer u zelf de geest gaat geven en meer van dat soort ongemakkelijke vragen. Als u er dan toch aan moet geloven, zou u eens kunnen beginnen met het aanschaffen van “The Flat Rabbit“. Niet alleen de titel is de moeite waard.

Staat u mij tenslotte toe om, als hart onder uw wellicht zwaarder geworden gemoed, te eindigen met een citaat van John Updike“Each day, we wake slightly altered, and the person we were yesterday is dead. So why, one could say, be afraid of death, when death comes all the time?” 

Hallelujah.