Twijfelaar

by bobsbrains

 Bacon 87

Het bed is oud. Het is niet gekocht om lang te blijven. Zo’n bed waarin een verliefd paartje langer verliefd blijft dan strikt noodzakelijk. Of onmiddellijk slaande ruzie krijgt. Pure benauwdheid. Ik zou in de eerste categorie vallen.

Ik lig er vaak alleen. Naakt. Dan moet ik zelf beide kanten warm zien te houden. Ik wil de mogelijkheid houden om te rollen. De uitdaging is de winter, wanneer de tocht door de enkelbeglaasde ramen waait. Enige behendigheid heb ik er inmiddels wel in. Met iets wat op een sprong lijkt werp ik mijzelf in één keer in het bed en onder het dekbed. Bijna al mijn lakens zijn net iets te krap voor deze deken. De kunst is, om alle punten precies onder mijn lijf vast te zetten. Als ik op streefgewicht ben lukt dat het best. Tochtgaten moeten vermeden worden. Als die je eenmaal te grazen nemen is opwarmen onmogelijk. Handen onder de billen. Het blijft verbazingwekkend hoe snel een lijf opwarmt, zeker als het tegen een ander stuk huid aanligt.

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst dat bed deelde. Die keer met Herman tel ik niet. Dat was een naaistreek. Pas de volgende ochtend deed hij zo’n gek raadspelletje met me. Ik houd van spelletjes in bed. We rookten, zoals stelletjes dat doen. Ik kende de regels minder goed dan hij dus hij hielp me een beetje, gaf voorzetjes. Toen ik de naam van zijn moeder raadde, of eigenlijk gokte ik die maar, zei hij dat hij eigenlijk de zoon van de gebrouilleerde zus van mijn overleden moeder was. Dat hij wist dat ik van spelletjes hield. Dat dit eenmalig was. In geen veertig jaar had ik hem gezien. Hij had het helemaal niet hoeven zeggen. Niet moeten zeggen.

Voorlopig geen nieuw bed. Eerst een bioscoopabonnement. Ik vind ervaringen veel belangrijker dan materie.