Dorade?! C’est dorade eh! (deel 1)

by bobsbrains

Laten we zeggen dat het de jaren zeventig was. Een periode waarin de aardappel-groente-karbonaadje maaltijden nog de overhand hadden. Een Nederlander bezoekt een restaurant in Frankrijk en vraagt zich af wat voor vis “dorade” is.  In zijn beste Frans wenkt hij de ober en stelt hem vriendelijk zijn vraag. Hij is immers op vakantie. De ober op zijn beurt kijkt hem misprijzend aan en blaft hem bits toe: Dorade?! C’est dorade eh! [Het humeur van de gemiddelde Franse ober was ook in de jaren zeventig niet al te best.] Niets meer, niets minder.

Dikwijls denk ik hieraan. Niet alleen vanwege het verbouwereerde gezicht van de toerist dat zich elke keer weer opdringt en de binnenkant van mijn hoofd doet lachen. Meer nog vanwege de verbluffende eenvoud.

Zo ook op 28 april jl., toen de shortlist van de schrijfwedstrijd bekend werd. Vijftig van de veertienhonderd. Daar zou ik bij staan. Ik ging immers voor en naar IJsland (de hoofdprijs), niets minder. En uitgerekend deze keer was dat niet waar. Ondanks mijzelf bleek ik mee te doen om het meedoen, om het durven vragen van kritiek, het ontvangen en verwerken. Om de deadline en de verplichte keuzes. Om het afronden, dat zonder deadline nooit een werkwoord was geworden. Om het tonen van een eerste korte verhaal. Om het afwachten. Om de angst. Ondanks de angst. Om het mentaal genot, de vanzelfsprekende ijver (zonder wed-), het verlies van tijdsbesef. Kort, om het proces.

Tenslotte, toch, om te incasseren. Het verlies. Geen shortlist, geen IJsland, geen iets. Even vloeken en weer zweten. En ontdekken dat doorgaan een optie blijkt. Onontkoombaar zelfs. Omdat meedoen meer en meer een vanzelfsprekendheid blijkt.

Denkend aan de vis: het gaat zoals het gaat. Door.