Uit het leven begrepen

by bobsbrains

Op mijn 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10e was ik er klaar voor maar wist dat niet. Op mijn 11e werd ik een kakker. Op mijn 12e was mijn tas te zwaar. Op mijn 13e keek ik Happy Days. Op mijn 14e zat ik te lezen. Op mijn 15e zat ik te bellen. Op mijn 16e zat ik te dromen. Op mijn 17e was ik er te afhankelijk voor. Op mijn 18e twijfelde ik. Op mijn 19 20 21 22 23 24e was ik met mezelf bezig. Op mijn 25 26e met anderen. Op mijn 27e was ik er te goed voor. Op mijn 28e was ik er te druk voor. Op mijn 28e was ik er te volwassen voor. Op mijn 29e was ik er te representatief voor. Op mijn 30e was ik er te positief voor. Op mijn 31e was ik er te negatief voor. Op mijn 32e was ik er te onervaren voor. Op mijn 33e was ik er te rebels voor. Op mijn 34e was ik er klaar voor. Op mijn 35e weer niet. Op mijn 36e was ik er te veel moeder voor. Op mijn 37e te uitgeblust. Op mijn 38e was ik er te veel 38 voor. Op mijn 39e weer niet. Op mijn 40e was ik er te ik voor. Op mijn 41e te oud. Op mijn 42e te saai. Maar op mijn 42,5e waren de excuses op.

Zevenenzestig concept blogs in dit archief. Honderdvijftig plus verspreid in boekjes, schriftjes, hokjes in mijn hoofd. Helemaal voor mij alleen. Te liggen. Te zuchten en te kreunen. Uit hun voegen te barsten van onvolledigheid. Bij iedere stap die ik in het leven zet komen er meer bij. Want inspiratie is overal. Dat wat ik niet publiceer schrompelt ineen maar duikt altijd op enig moment weer op.

Te vaak ben ik bezig geweest met de hoe, waarom, wanneer en waarvoor vragen. Ook hier. Te vaak hebben ze me er van weerhouden om mijn verhalen naar buiten te brengen. Terwijl ik ondertussen iedereen om me heen stimuleerde om hun eigen verhaal bij de lurven te pakken. In kleine stapjes door te blijven stampen, angst in de ogen te kijken en levensbarricades als hordes te nemen. Maar nooit te stoppen. Terwijl ikzelf maar een BOE hoefde te horen of alweer als een schildpad onder zeil dook. Verstoppertje. Een spel waar ik als kind al een hekel aan had. Ik was het alleen even vergeten.

Op een stralend regenachtige dag vroeg een vriendelijk gezicht: “Wat als angst niet bestond?” Woorden die door andere vriendelijke gezichten op andere stralende dagen al aan me gevraagd waren. Maar nu tot diep in mijn gesteente doordrongen. Insloeg als de bliksem en echoënd bleef hangen. Ook andere stemmen hoorde ik. Ze hielpen me door te ploeteren. Consistent. Niet alleen achter de schermen maar ook ervoor. Het doel voor ogen te houden. De opvoedkundige boekjes adviseren “voorleven”. Datgene voordoen wat je wilt dat je kinderen gaan nadoen. Dat woord impliceert een voorbeeldrol. Ik ben meer van het meedoen. Meeleven dus. Of we het willen of niet, we’re all in this together. De een is iets minder nachtblind dan de ander, maar donker blijft het. Ik deel mee hoe ik die duisternis ervaar, wie weet beklijft het.