Life: Level X

by bobsbrains

Je vindt me lijken op een miereneter?!” Het was een lome zomeravond in Frankrijk, zo’n drie jaar geleden. Mijn man knikte, zichtbaar tevreden met zijn eigen vondst. Ik zag enkel die cartooneske lange neus voor me en vroeg me af wat er volgde.

Dat beest lijkt zo gedwee, maar ondertussen schuifelt het recht op zijn doel af, de grond afsnuffelend op zoek naar mieren. Heeft het beet, dan stofzuigert het de hele mierenhoop in één keer naar binnen. En is er dreiging, dan toont het beest ineens zijn kracht. Jij bent hetzelfde. Voor de buitenwereld lijkt jouw aanpak misschien weifelend, maar je weet wat je wilt én niet wilt en gaat gestaag op je doel af. Je hoort iedereen aan, af en toe zijn er omwegen, maar je laat je niet van je pad afjagen. Als je je daarin bedreigd voelt, zet je je stekels op. Ondertussen zuig je alle informatie op die je tegenkomt.

Samen lachten we om deze typering. Ik heb nooit gecontroleerd of de beschrijving van de miereneter echt klopte. Ik hechtte meer aan de vondst dan de feiten.

Op dat moment had ik net de bewuste overstap gemaakt vanuit de juridische wereld naar een creatieve startup waarvan ik mezelf directeur mocht noemen. De zoektocht ernaar toe was een uitgebreide geweest maar ik was er. Tijdelijk. Iemand met mijn profiel blijft puzzelstukjes vergaren, en na een paar jaar bleek ik die elders te moeten sprokkelen. En toen kwam Corona. En sprokkelde ik plotseling in rondjes rond mezelf.

Alles is anders in tijden van Corona. Alles tegenstrijdig. Rust en onrust, onzekerheid en voorspelbaarheid, routine en chaos, beweging en stagnatie, creativiteit en futloosheid. Maar in al die ogenschijnlijke tegenstrijdigheden zit -tegenstrijdig genoeg- juist de vooruitgang. Ze zijn met elkaar verbonden en leiden, in mijn geval, allemaal tot een nieuw niveau. Ik ben onderwerp in mijn eigen computerspel. Telkens duiken er nieuwe obstakels op. Altijd met maar één vraag. Hoe ga ik hiermee om.

In het vorige level van dit spel ontmoette ik een echte vriendin. Ze zei: “Je bent altijd een mooie kameleon geweest. Hopelijk laat je vanaf nu meer je eigen kleur zien.” Wijzer en vertwijfelder -nog zo’n ogenschijnlijke tegenstrijdigheid- vervolgde ik mijn route. Op wonderbaarlijke wijze bereikte ik het volgend speelveld. Daarin bevind ik me nog steeds.

Achtereenvolgens ontmoette ik een verstandige vrouw en een wijze mentor. De verstandige vrouw zei: “Jij bent self-made in jezelf zijn“. De wijze mentor adviseerde: “Zoek de magie tussen de woorden” en: “Vergeet niet te blijven riskeren.” En weg was hij. Ik kauwde op beide opmerkingen en plakte ze aan mijn gehemelte opdat ik ze zou blijven proeven.

Iets later viel ik, tijdens het hardlopen. Ik schrok maar was niet verrast. Bij familie en vrienden sta ik bekend om mijn klunzige valpartijen. Deze keer geen gezichts- of schouderontwrichting, maar slechts twee geschaafde knieën en een kapotte broek. Ik vloekte hardop, zette het “barfight” nummer uit mijn muzieklijst op zijn hardst en liep verder. Eerst stroef, toen beter. De regen kletste als een natte dweil tegen mijn bloedende knieën en gezicht. En toch kon ik amper de neiging onderdrukken om heel hard te schreeuwen. Van blijdschap. Van Leven.

Dat gestuntel, door mij decennialang vervloekt, veranderde tijdens die laatste val van een doodgewoon woordenboek-woord in mijn woord. Ineens was het eigen en wilde ik het niet meer kwijt. De analogie met het leven drong zich op. Mijn leven, mijn werkwoord.

Bewust risico’s nemen, vallen, opstaan en weer doorgaan* heb ik moeten leren, al stofzuigerend met mijn neus op de grond en ogen in de lucht. Ook heb ik geleerd die valspier te blijven trainen. Zoals ik ook mijn geblesseerde schouder trainde nadat die gebroken was. Of mijn knieën strekte met de pijnlijke bulten.

Want risico’s zijn er nou eenmaal, onderweg naar de mierenhopen.

* Met een goedkeurende knipoog van Herman van Veen.