Good things take time

by bobsbrains

Drie weken na dato staat de plastic beker met inhoud onveranderd in de vensterbank van de badkamer. Het rolgordijn is ruimhartig omhooggetrokken. De kans dat een opmerkzame voorbijganger naar boven kijkt en ons ontkleed voorbij het raam ziet lopen neem ik voor lief. Geen risico is te groot voor dit avontuur. Het onderwerp ervan, de avocadopit, drijft nietsvermoedend als een Jezusfiguur op het water, gespiest door drie tandenstokers die rusten op de randen van een plastic beker.

Ik zou kunnen beweren dat ik werd aangewakkerd door het enthousiasme waarmee Tessa tijdens het eten vertelde over het bonenproject dat zij op school had lopen. Onafgebroken oreerde zij over de voorspellingen die ze aan de groei hadden gekoppeld, over de voortgang van dat proces en de ingrediënten voor succes. Ik zou ook kunnen beweren dat de aan schimmel onderhevige pit in de vensterbank het gevolg is van de vragen die zij vervolgens stelde over de groei van andere zaken, zoals paprika’s, kersen, vanillestokjes en ja gewis, avocado’s. Het enthousiasme van mijn zesjarige dochter werkte aanstekelijk maar deed mij nog niet tot actie overgaan. Pas toen deze moeder ekster een avocado vaas voorbij zag komen op een design blog ontstond de noodzaak tot actie. Ik sloot een pact met mezelf. Succesvol een avocadoplant op de wereld brengen was mijn toegangskaartje tot die vaas.

Maar zoals dat gaat bij avonturen, draait het sindsdien om het proces, niet de eindstreep. De Pit zoog me mee, de diepte van mijn ziel in.

Geduld.

De kwaliteit die ik meende te bezitten, ontbreekt volledig bij de ontwikkeling van De Pit. Ik had geen geduld om me in te lezen voordat ik begon. Na de opmerking “voldoende zonlicht” sloot ik het YouTube filmpje af. Waarschuwingen van de pro’s over de weken zo niet maanden die zouden verstrijken heb ik van meet af aan genegeerd. Mijn Pit was anders. Ook nu er drie weken verstreken zijn, De Pit wel schimmel maar nog geen groeistuipen vertoont houd ik vast aan mijn overtuiging. Tweemaal daags licht ik De Pit uit haar potje, tweemaal daags word ik genadeloos teleurgesteld. Ik weet, gras groeit niet als je eraan te trekt, een vlinder overleeft het niet als ze vroegtijdig uit haar cocon wordt gehaald. En toch. Het liefst boor ik een gaatje om te kijken of er stiekem al wat groeit.

Denken over Doen ≠ Doen.

Spreken, lezen, denken, horen over doen. Same same but completely different. Als ik niet had gedaan had ik dit alles niet ondervonden. De onzekerheid, de gretigheid, de aantrekkingskracht van de tandenstokers op poezen (waardoor die de arme pit inmiddels aan zijn derde beker toe is). En hopelijk nog voor de start van 2021 de warmte bij het ontluiken van De Plant. Pinterest ≠ Potgrond.

Schijn ≠ Zijn.

“Wat als deze pit het niet haalt? Heb ik dan gefaald als binnenhuistuinier? Hoeveel maanden zal ik de pit geven? Na al die moeite kan ik de pit toch niet gewoon in de biobak flikkeren? Wat als die daar ineens begint te groeien?” De vragen razen minstens zo hard door mijn hoofd als de elektrische tandenborstel door mijn gebit terwijl ik het potje bestudeer. Dat hoofd maakt zich zo druk over fictieve gebeurtenissen dat zij amper plek heeft voor vertrouwen in het proces. Raar hoofd.

Verzorgen => Opmerken => Liefhebben.

In zijn boek “The Art of Noticing” schrijft Robert Walker: “Care for something”. Want, zo stelt hij, als je voor iets zorgt, om iets geeft, schenk je er meer aandacht aan en merk je meer op. Dat beaam ik. Sterker nog, datgene waar je voor zorgt krijgt een plek in je hart. Dat dat bij kinderen en huisdieren zo werkt, spreekt voor zich. En dat het consistent aandacht besteden aan een wild dier dezelfde uitwerking kan hebben liet Craig Foster zien in My Octopus Teacher. Maar dat het een vergelijkbaar gevoel kan oproepen in het proces van plant tot pit, is nieuw voor mij. Een film zal ik er niet over maken maar toch.

Mijn Pit. Met hoofdletters.